Elf keer Jay Driessen

In de rubriek Elf keer… hebben we telkens elf vragen en / of stellingen voor een voormalige VVV’er. In aflevering 2 staat Jay Driessen (45) centraal. Jay speelde tussen 1988 en 1995 in het eerste van VVV, maar dit gesprek gaat volledig over de periode erna. We hebben de VVV-hoogtepunten van de voetballer Jay Driessen allemaal op ons netvlies staan, maar hoe ging het verder? De huidige assistent-trainer van VVV blikt uitgebreid terug op zijn voetbaljaren bij het toenmalige TOP Oss, waar Driessen tussen 1995 en 2000 speelde.  

Elf keer…Jay Driessen

Hoe kijk je terug op je periode bij TOP Oss?
‘Ik heb een heel mooie tijd gehad in Brabant. In eerste instantie zou ik voor een jaar verhuurd worden door VVV, maar al na een half jaar had ik het er zo naar mijn zin dat ik er een contract tekende. Uiteindelijk ben ik de rest van mijn profloopbaan bij TOP Oss gebleven. Eigenlijk is dat alleszeggend.’

Je ging destijds op niet zo’n prettige manier weg bij VVV…
‘VVV hield in de zomer van 1995 een kleine schoonmaak: er gingen enkele jongens weg die al lang bij de club zaten. Harold Derix, John Roox, Geert Braem en ja, ook ik. Het blijft gissen naar het waarom van dat ze me destijds liever weg wilden hebben. Duidelijk was wel dat bij VVV de hand op de knip moest, en ik was natuurlijk niet de goedkoopste.

Extra wrang was dat ik de kans had in de Eredivisie te kunnen spelen. Sparta was geïnteresseerd, trainer Henk ten Cate wilde me graag op zijn middenveld hebben. Het ketste af op de transfersom: VVV wilde me alleen maar verhuren. Ik ben daar behoorlijk teleurgesteld over geweest. Prompt draaide Sparta ook nog eens een wereldseizoen, dus ik heb er later nog regelmatig aan teruggedacht over hoe het ook had kunnen lopen. Nadat het met Sparta was afgeketst wilde TOP Oss me vervolgens wel huren. Eerlijk gezegd zag ik die overgang in eerste instantie niet zitten. Voor mij voelde mijn vertrek naar Oss dan ook een beetje als een nederlaag.’  

Heb je de knop in Oss snel om kunnen zetten?
‘Door de positieve sfeer die er bij TOP Oss heerste lukte dat heel gauw. Het bleek een club die hogerop wilde en die in Adrie Koster een prima trainer had. Natuurlijk waren er verschillen met VVV. Sommige zaken waren minder goed geregeld, maar wat wil je: de club was een paar jaar eerder vanuit de amateurs doorgestroomd. Plezier en beleving stonden centraal, dat compenseerde veel. Het stadion stelde in het begin nog maar weinig voor. Alles zat letterlijk in de opbouwfase: in mijn eerste seizoen werd er flink gebouwd aan een tribune. TOP Oss was zichtbaar ambitieus. Er liepen prima spelers rond, zoals Thijs Waterink, Berry Arends en Meindert Dijkstra. Voor Eerste Divisie-begrippen hadden we een alleraardigste selectie.’  


Jij draaide persoonlijk een erg sterk seizoen.
‘Het liep meteen lekker. Met name in de eerste seizoenshelft presteerden we met TOP Oss boven verwachting. De ploeg pakte heel wat punten en ik stond zelf hoog op de topscorerslijst. In de uitwedstrijd tegen FC Den Bosch maakte ik een belangrijke goal, waardoor ik bij supporters niet meer stuk kon. De verhoudingen tussen TOP en FC Den Bosch stonden op scherp. Ik wist tot die wedstrijd van niets, maar het scheen moord en doodslag te zijn onderling. Ja, nog een stuk extremer dan bij de derby’s tussen VVV en Roda of MVV. Toen we na de wedstrijd met de bus terugkeerden bij ons stadion stonden er duizend supporters op ons te wachten. Door het dolle heen omdat we Den Bosch hadden verslagen. Voor de fans was het seizoen alleen al door die overwinning geslaagd.

Ik groeide in Oss uit tot een belangrijke speler en werd op handen gedragen. Dat merkte je aan alles: als ik na de wedstrijd wilde blijven overnachten regelde de club meteen een hotelkamer. Ik had het dan ook zo naar mijn zin dat ik besloot in de winterstop voor drie jaar te tekenen.’  

Voor jou als jongen van de stad was het ook fijn dat je in Venlo kon blijven wonen.
'Het op en neer reizen was goed te doen. Ik reed op dagen dat we trainden ’s ochtends om acht uur weg, ’s avonds rond een uur of zes was ik weer thuis. Door de jaren heen heb ik met een aantal jongens samen kunnen rijden die ook bij TOP Oss voetbalden. Harold Derix, Roger Polman, Werner Smits. Ja, Oss leek soms wel een Venlose enclave. Hoe dat kwam? Inspraak in de club is een groot woord, maar doordat ik de situatie van VVV kende heb ik wel wat spelers daar voorgedragen.’  

Zowel VVV als TOP Oss speelden in de Eerste Divisie. Dat betekende dat je tegen je oude club kwam te voetballen. Hoe verliepen die ontmoetingen?
‘De wedstrijden tegen VVV waren behoorlijk beladen, vooral het eerste duel. Ik zat nog vol wraakgevoelens, wilde dan ook mijn stempel drukken op de wedstrijd in De Koel. Voorafgaand aan VVV – TOP Oss deed ik een domme uitspraak in de krant. Iets in de trant van dat ik mijn middelvinger op zou steken naar de Eretribune. Had ik nooit moeten doen. Maar het gaf wel aan hoe gevoelig alles op dat moment lag. Voor mij kwam het ideale scenario uit: we wonnen met TOP Oss in Venlo. Ik maakte zelf een goal en gaf een assist, op die manier kon ik mijn gram halen. Daarna is alles genormaliseerd, maar de wedstrijden tegen VVV bleven natuurlijk speciaal.’  


In Venlo was je als fijnbesnaarde spelverdeler jarenlang een echte clubheld. Kon je in Oss over straat zonder herkend te worden?
‘Het was onvergelijkbaar met Venlo. Ik werd in Oss inderdaad amper tot niet herkend als ik daar door het centrum liep. Er was sowieso heel wat meer rust daar. TOP Oss was een klein clubje met niet zo’n grote achterban. Het publiek dat er kwam was fanatiek, maar de vaste aanhang bestond uit hooguit een paar duizend man. Zelfs op momenten dat het fantastisch draaide zat het stadion niet vol. Dat was bij VVV wel anders zodra je vier keer won.’  


De druk was een stuk minder groot.
‘In Venlo waren de verwachtingen een stuk hoger. Maar dat is ook logisch als je Eredivisievoetbal gewend bent. Ik voetbalde in Oss toen de club net een paar jaar eerder de stap naar het betaald voetbal had gezet. Alles was nog nieuw. Ik werd door het publiek opgehemeld, werd gezien als dé belangrijkste speler. Zelfs als ik voor mijn gevoel niet zo’n goede wedstrijd had gespeeld kreeg ik nog complimenten. Dat motiveerde me wel, het gaf veel vertrouwen. Ik rendeerde goed in die omstandigheden.’  


In je eerste seizoen hadden jullie Chicken Tonight als sponsor. Dat zorgde voor een ludieke manier van juichen na doelpunten…
‘Na iedere goal kregen we van de sponsor een aardig bedrag, ik geloof iets van driehonderd gulden, als we juichend een kip na zouden doen. Het leverde opmerkelijke televisiebeelden op, maar niet alleen dat: van alle centen die we er voor kregen zijn we aan het einde van het seizoen met de hele selectie mooi naar de Canarische Eilanden geweest. Best bijzonder: met VVV heb ik al die jaren nooit een tripje meegemaakt, dat gebeurde destijds nog niet. We kregen ook vaak een pakket mee naar huis van Chicken Tonight. Qua sponsors hadden we het wel getroffen bij TOP Oss. Later kregen we De Harense Smid, daar mochten we twee keer per jaar iets uit komen zoeken.’  


Je hebt vijf jaar bij TOP Oss gevoetbald. Vat die periode op sportief gebied eens samen.
'Een prijs hebben we nooit gepakt, maar voetballend zijn het goede jaren geweest. Ik ben regelmatig beslissend geweest, heb aardig wat doelpunten gemaakt. In Adrie Koster hadden we een trainer die perfect met de groep om kon gaan. Hij had uitstekende oefenstof, een scherpe kijk op voetbal en kon het ook nog eens rustig overbrengen. Ook zijn opvolger Lex Schoenmaker was een erg goede trainer. Beide coaches hebben het maximale rendement uit de groep gehaald. Het probleem met een club als TOP Oss is dat je met beperkte middelen werkt.

Op een gegeven moment vertrokken de betere spelers, zoals Thijs Waterink en Gerrie Schaap. Dan blijkt het lastig om vervangers te halen: het niveau werd daardoor toch wel minder.   Zelf lukte het me niet meer om hogerop te komen. Ik had de pech dat net nadat ik had getekend het Bosman-arrest kwam. Ik lag voor jaren vast, terwijl spelers wiens contract afliep gratis konden overstappen. Daardoor was ik voor clubs een stuk minder aantrekkelijk. Ik heb met Henk van Stee wel nog een gesprek gehad om terug bij VVV te keren, maar dat is er niet meer van gekomen. Tot 2000 heb ik in Oss gevoetbald, daarna ben ik gestopt als profvoetballer.’  

Heb je tegenwoordig nog iets met FC Oss?
‘Zeker weten. Ik heb de nodige vrienden aan mijn periode in Oss overgehouden. En ik word regelmatig uitgenodigd voor reünies bij FC Oss. Het is een warme club, ze gaan fantastisch om met oud-spelers. Laatst regelden ze een slaapplek voor me. En je gelooft het niet: dat werd dus precies dezelfde hotelkamer als waar ik vroeger verbleef.   Nog altijd kijk ik als er gevoetbald is meteen wat FC Oss heeft gedaan. Eerlijk is eerlijk: ik denk dat ze voorlopig wel op het niveau blijven hangen waar ze nu staan. Maar met hun middelen doet de club het erg goed. Ik heb FC Oss als analist zelf aan het werk gezien: Wil Boessen is prima bezig daar. Die degradatie naar de Topklasse van een paar jaar geleden was echt een dieptepunt, Oss hoort gewoon in de Jupiler League thuis. Tienduizend man zullen ze nooit gaan trekken, maar het is en blijft een gezellige, knusse vereniging.’



Wil je Jay zien juichen terwijl hij een kip nadoet? Bekijk dan dit filmpje. Vanaf ongeveer 1:38 wordt de strafschop van Jay (uitgesproken op Engelse wijze!) ingeluid en zie je hem vervolgens op bijzondere wijze zijn doelpunt vieren...


Dit artikel werd gepubliceerd op 7 februari 2015. Auteur: Finbar van der Veen. Foto: privéarchief Jay Driessen.