Column Marcel Abrahams over Bart Carlier

Een bijdrage van onze columnist Marcel Abrahams:

Bart Carlier

Dertien jaar geleden schreef ik met vriend en studiegenoot Branko Eijssen het boek ‘Bronsgroen debuut in Oranje- Limburgers en het Nederlands elftal’. We hadden ontdekt dat er nog geen standaardwerk bestond over alle Limburgers die Oranje hadden gehaald, en besloten onze verhalen op te hangen aan het debuut van al die voetballers.

Eén speler in het bijzonder fascineerde me vrijwel direct. Dat was Bart Carlier, de linksbenige aanvaller met het uiterlijk van een filmster. Een man ook met een tragische familiegeschiedenis. Carlier, geboren en getogen in de Venlose volkswijk Leutherberg, verloor in de Tweede Wereldoorlog zijn ouders, jongere zuster en oudere broer bij een bombardement. Vrienden van de familie voedden hem op, tussendoor woonde hij ook nog een jaar bij een boerengezin in het Friese Wolvega. Dat weerhield hem er niet van om een loopbaan op te bouwen die hem verder bracht dan de provinciestad waarin hij opgroeide. Van 1946 tot 1952 speelde hij als amateur bij VVV, maar nog voordat het betaald voetbal in Nederland van start ging, nam Carlier al de wijk naar het Duitse 1. FC Köln. Daar maakte de technisch begaafde aanvaller indruk met zijn snelle dribbels en vele doelpunten.

Carlier, jaarlijks goed voor gemiddeld twaalf goals, groeide uit tot een vedette bij het Franse RC Strasbourg, en verdiende een transfer naar de Nederlandse topclub Fortuna’54 van de Geleense ondernemer Gied Joosten. De vereniging ook van de vedetten Cor van der Hart, Bram Appel en Frans de Munck. Met Fortuna won hij de KNVB-beker, waarna hij met AS Monaco ook nog eens twee keer de Franse titel veroverde. Tijdens zijn tweede periode bij Fortuna’54 werd hij voor duels zelfs ingevlogen vanuit zijn nieuwe thuisbasis Frankrijk. Tussen alle bedrijven door speelde hij vijf interlands en scoorde daarin twee keer. Hij vormde in Oranje een aanval met Piet van der Kuil, Fons van Wissen, Noud van Melis en Faas Wilkes (het grote voorbeeld van Johan Cruijff, MA). In ‘Bronsgroen Debuut’ zei hij daarover: "Als zuiderling moest je harder je best doen dan spelers uit de Randstad. Limburg heeft genoeg goede voetballers gehad die niet werden opgeroepen voor Oranje.”

Kortom: een man met een verhaal, maar ook een man waarover niet zoveel bekend was. Carlier bleek na zijn loopbaan een huis gekocht te hebben in Straatsburg. Via een kennis uit de voetbalwereld achterhaalde ik zijn nummer, waarna ik hem meteen belde voor mijn te schrijven boek. ‘Hallo, Carlier’, klonk het aan de andere kant van de lijn met een Frans accent. Nadat ik mijn naam en woonplaats had genoemd, gebeurde iets opmerkelijks. Vrijwel direct begon Carlier in het Venlose dialect te praten. En zo ontspon zich een gesprek tussen een nieuwsgierige journalist die te jong was om Carlier ooit te hebben zien spelen, en een voormalige topvoetballer die mensen en plekken uit de omgeving van die journalist kende. Zoals een huisvriend van diens ouders, waarmee Carlier had gevoetbald. Of de fietsenhandelaar om de hoek, waar Carlier van zijn eerste centen een gloednieuwe fiets aangeschaft had. En of hotel Wilhelmina nog bestond, waar hij met het bestuur van VVV had gesproken over een hogere vergoeding. En hoe was het met De Kraal en De Koel?

Carlier bleek een trotse, maar ook ietwat verbitterde man. In het buitenland was hij een gearriveerde topspeler, een vedette met aanzien geweest. Gedurende zijn periode bij AS Monaco werd hij liefst vier keer verkozen tot beste linkerspits van het land. In Nederland werd hij, naar eigen zeggen, niet voldoende op waarde geschat. Hij had bekers gewonnen, titels behaald, was topscorer geworden. En dat in een periode waarin niet veel Nederlanders in het buitenland actief waren. Dat had hij toch maar mooi voor elkaar gekregen, die Bart Carlier uit Venlo. Toch bleef hij aan de telefoon ook beleefd, charmant en vriendelijk. Een man met normen en waarden, een Venlonaar met de Franse inslag. Zakelijk onderlegd, en in zijn vrije tijd een begenadigd portretschilder. Na ruim een uur had ik voldoende tekst en sloot ik het boeiende gesprek af. Het slotwoord was aan Carlier. ‘Dankewaal, en groete aan alle Venlonaere.’

Tot een fysieke afspraak is het nimmer gekomen. Maar misschien is dat ook wel goed zo. De mooiste voetbalhelden zijn de mystieke voetbalhelden.


Marcel Abrahams (Venlo, 1975) werkt als strategisch communicatieadviseur bij Connect Limburg. Daarvoor was hij actief als journalist voor onder andere NRC Handelsblad. In 2002 schreef hij samen met Branko Eijssen het boek ‘Bronsgroen debuut in Oranje- Limburgers en het Nederlands elftal.’ Marcel levert als columnist zo af en toe een bijdrage op deze site.



Deze column werd gepubliceerd op 4 februari 2015. De afbeelding is afkomstig uit ons jubileumboek uit 1948 (!).